Ashladan score:
80
- CD levert af wat hij belooft: AC/DC-achtige muziek
- Ontspannend
- Iets te schreeuwerige lead en backing vocals
- Niet origineel aangezien ze een sound gewoon kopiëren
Als ik nu eens de woorden “Australië” en “hardrock” in één
zin zou gebruiken, waaraan denk je dan bijna automatisch? Inderdaad, aan AC/DC! Wel, daarmee vat je eigenlijk
heel deze review al samen: Airbourne
is namelijk een Australische bende rockers die niet alleen de mosterd maar heel
hun “reden van bestaan” bij AC/DC
hebben gehaald. Zelfs de Chinezen zouden geen betere kopie kunnen maken, en dat
wil wat zeggen. Moest er een Olympische titel bestaan voor de beste AC/DC
tribute, dan won Airbourne die met de
vingers in de neus (al komt Rhino Bucket
ook dicht in de buurt). Dat willen ze nog eens extra bewijzen met hun nieuwe cd
No Guts. No Glory.
Maar je zult het wel met me eens zijn dat AC/DC en AC/DC toch twee verschillende groepen zijn, laat me ze voor het gemak de “Bon Scott AC/DC” en de “post Bon Scott AC/DC” noemen. Op die manier weet je ook dat ik het meer heb voor de bluesy Bon Scott periode dan voor hun latere werk met Brian Johnson.
Maar Airbourne kiest de sound van de Brian Johnson periode. Daar zal de stem van zanger/gitarist Joel O’Keeffe wel veel mee te maken hebben. Hij zingt, schreeuwt een beetje anders, iets hoger, klinkt jonger (is hij ook) en toch wel een stuk minder schor. Zijn broer Ryan zit aan de drums, en die lijkt zelfs wat op Phill Rudd van AC/DC. Vul aan met een bassist en extra gitarist, en je hebt een hele traditionele bezetting.
In thuisland Australië timmert Airbourne al een paar jaar aan de weg, met behoorlijk wat succes, vooral bij de “blue collar workers” die na hun werkdag de nodige alcoholrijke dranken naar binnen slaan. De groep zelf volgt met plezier hun voorbeeld. Veel intellectuele toestanden en diepzinnige teksten hoef je niet te verwachten … maar dat moet ook niet natuurlijk. Zoals ze het in hun bio zelf zeggen, vormt dit tweede album No Guts. No Glory de ideale soundtrack bij een regelrechte zuippartij. Daar moet niet veel uitleg bij zeker?
Voor de opnames van deze cd verhuisde de band van Australië naar de opnamestudio van producer Johhny K in Chicago. Ze kozen voor een analoge opname, wat toch een minder gepolijste sound oplevert, en daar ben ik zeker niet rouwig om. In hun geval betekende dat: alle ramen en deuren open, instrumenten en versterkers overal en opnemen maar. Zelfs slapen gebeurde naast hun instrumenten. Dat leidde uiteindelijk tot 13 nummers macho rock.
Hoe die nummers klinken, dat zal het bovenstaande je al duidelijk gemaakt hebben. Neem een stuk of drie up-tempo nummers (opener Born to Kill, mooi in het midden It ain’t over till it’s over en afsluiter Back on the Bottle). De rest zijn typische, op Angussianse riffs drijvende stampers, zo van het type dat je in de auto continu actief doet knikkebollen en mee tokkelen op het stuur. Typische voorbeelden: de eerste single No way but the hard way. Of luister eens naar de intro van Blonde, Bad and Beautiful: meer AC/DC dan AC/DC zelf. En zo gaan ze maar door. Wat niet betekent dat het allemaal supernummers zijn, in het midden van de cd vind je wel een paar mindere exemplaren.
Over het algemeen deed de sound me wat terugdenken aan Flick of the Switch, en dat ligt vooral aan de stem. Je beslist zelf maar of je dat een goede of slechte LP vond toen …
Tracklist:
- Born To Kill - 3:39
- No Way But The Hard Way - 3:34
- Blonde, Bad And Beautiful - 3:49
- Raise The Flag - 3:33
- Bottom Of The Well - 4:30
- White Line Fever - 3:09
- It Ain't Over Till It's Over - 3:17
- Steel Town - 3:09
- Chewin' The Fat - 3:12
- Get Busy Livin' - 3:37
- Armed And Dangerous - 4:12
- Overdrive - 3:22
- Back On The Bottle 3:50
De conclusie van SergeV voor dit album
Samengevat is dit een lekker ontspannend cd’tje, zonder echte uitschieters maar ook zonder echte dalen. Als je de moderne sound van AC/DC kunt appreciëren, zal deze No guts. No glory je ook wel liggen.
- login of registreer om te reageren
-


Best fijne muziek.