Interview Seventh Void
Woensdag 17 november 2010 donderde de Gentse Handelsbeurs op haar grondvesten bij het optreden van Monster Magnet met Seventh Void in het voorprogramma. Wie zeg je? Seventh Void? Wie zijn dat? Veel kans dat dat je reactie is bij het horen van die naam. Seventh Void is het zijproject van Type O Negative leden Kenny Hickey en Johnny Kelly, dat na de dood van Peter Steele in april dit jaar uitgroeide tot hun hoofdproject. Samen met Matt Brown (gitaar) en Hank Hell (bas) toeren ze nu door Europa ter promotie van hun cd Heaven is Gone die op 26 november hier uitkomt, maar wel al op het concert te koop was en hier binnenkort zal worden gereviewd.
Ashladan kreeg de gelegenheid om het concert bij te wonen en een interview af te nemen. Dat interview was gepland voor de show, maar gebeurde uiteindelijk erna. Eerst maakten de heren ruim tijd voor de fans bij de merchandising stand. Braaf wacht ik boven aan de trap aan de backstage waar net Dave Wyndorf van Monster Magnet passeert, richting podium. Dave blijkt nauwelijks tot aan mijn schouders te komen.
Net als Monster Magnet hun eerste nummer inzetten, mag ik binnen bij Seventh Void. Dit is mijn eerste interview ooit … geen flauw idee wat ik te verwachten had. Zanger/gitarist Kenny Hickey en drummer Johnny Kelly heten me bijzonder hartelijk welkom en laten me tussen hen aan tafel plaatsnemen, terwijl ze rustig hun kroketjes met kipfilet eten. Johnny lurkt aan een flesje Maes … een eerste vraag ligt voor de hand.
Ashladan: Smakelijk
heren. Tevreden over de catering?
Johnny: Absoluut, erg lekker, dit mag er zijn. Wees gerust, het is niet altijd
zo hoor.
Sorry trouwens dat we aan het eten zijn nu. We eten liever na de show. Beter
voor de maag. Onlangs heb ik voor de show gegeten, en tijdens het optreden
moest het er bijna uit.
Ashladan: Gisteren
zou het gastronomisch een stukje minder geweest kunnen zijn: jullie traden op
in Eindhoven … Nederland is niet zo bekend voor zijn gastronomie.
Johnny: Eh … (kijkt vragend naar Matt Brown die er ook is komen bijzitten) ..
Matt, wat hebben wij gisteren eigenlijk gegeten? Vergeten, maar ’t viel toch
mee.
Ashladan: En het
Belgische bier? Al kennis mee gemaakt? Blijkt toch wereldbekend te zijn. Duvel?
Kenny: Zeker (kijkt heel veelbetekenend).
Ashladan: Ondanks het
vroege uur (start om 20.15 uur), waren er toch al een paar honderd toeschouwers
die jullie aan het werk zagen. Tevreden over jullie optreden?
Kenny: Wil je mijn mening “off” of “on the record”? Ook al reageerde het
publiek goed en was er veel volk aanwezig, toch ben ik niet zo tevreden over
het geluid. We hebben niet echt de mogelijkheid om alles uitgebreid voor te
bereiden; we hebben maar 1 persoon mee die voor alles zorgt.
Kenny kijkt me ondertussen vragend aan: “Hoe ga jij eigenlijk dit interview onthouden, je schrijft niets op”? Ik overtuig hem er van dat mijn geheugen ondanks mijn leeftijd nog heel goed in orde is. Logische vraag van Johnny: “Hoe oud ben jij dan?” “Bijna 42”, antwoord ik. “Ah, zegt Johnny, “net als ik”. Kenny pikt in: “Ik ben 44 en heb geen barst van geheugen meer”.
Ashladan: Hoe valt de
toer eigenlijk mee tot nu toe? Bijna twee maanden duurt die.
Johnny corrigeert: 6 weken.
Ashladan: Gisteren
Eindhoven, vandaag Gent, morgen Cardiff. Dat kruipt in de kleren?
Johhny: Valt ergens wel mee, die verplaatsingen zijn niet zo erg. En we komen
mooi op tijd aan. Maar het is soms wel al stevig geweest hoor. Er is ingebroken
in onze bestelwagen, en een deel van onze kleren waren weg.
Kenny: En ik ben ziek geworden, raakte mijn pillen kwijt bij die inbraak en
moet nu zelfs antibiotica slikken (voegt de daad bij het woord).
Ashladan: De
commentaren op de voorbije shows waren trouwens vrij lovend.
Johnny: Ja, klopt, op een aantal sites staan inderdaad positieve commentaren.
Leuk voor ons natuurlijk.
Ashladan: Op de affiche voor dit concert staat letterlijk: "Seventh Void featuring members from Type O Negative". Vinden jullie die eeuwige link met Type O Negative niet vervelend?
Johnny: Tja, het valt ergens te begrijpen natuurlijk, zo hopen de organisatoren dat er volk op afkomt dat hoopt dat er Type O Negative nummers worden gespeeld, wat niet het geval is.
Ashladan: Hier in
Europa zijn jullie niet zo bekend …
Kenny onderbreekt: Zeg gerust maar dat niemand ons hier kent hoor, dat is ook
zo.
Ashladan: Ok dan,
jullie zijn hier vrijwel onbekend, maar Monster Magnet is hier wel een bekende
naam. Hoe kwamen jullie tot hun voorprogramma? Hebben ze jullie gevraagd?
Johnny: Nee, dat is eigenlijk eenvoudig hoor, is via onze managers gebeurd. En
het is niet zo onlogisch, want wat stijl betreft, leunen we wel bij elkaar aan:
we spelen beide oude onvervalste rock ‘n’ roll. Het zou heel wat anders zijn
moest een naam als, zeg maar Kiss, ons vragen, daar zou het al veel moeilijker
liggen.
Ashladan: Nu je zelf
over Kiss begint, ik ben zelf een grote Kiss fan. Ik zag je op Facebook met een
T-shirt van Destroyer. Ben je Kiss fan?
Johnny: Zeker weten. Kenny en ik zijn grote Kiss fans, we zijn met hun muziek
opgegroeid. Ik werd fan via mijn vader, toen hij midden jaren 70 Kiss Alive!
mee naar huis bracht.
Ashladan: Dan kennen
jullie zeker de oude Kiss stampers. Wat stijl betreft: denk je niet dat nummers
als Going blind, Parasite, She … zelfs in jullie repertoire zouden passen?
Zware, trage nummers zoals jullie die ook brengen.
Kenny: Ja, eigenlijk wel hoor (begint spontaan een stuk van Going blind te
zingen). En misschien heb je het zo niet gemerkt, maar tijdens mijn solo’s is
er heel af en toe zo’n beetje Ace Frehley wahwahwah.
Naast Matt Brown zit ook bassist Hank Hell aan tafel, zodat ik de volledige groep voor mijn neus zitten heb. Matt en Hank zijn duidelijk geen Kiss-adepten; Hank rolt zijn tong uit zijn mond à la Gene Simmons, maar nog met zijn eten er aan.
Ashladan: een van de
sterke punten van Kiss, is de hele sterke marketing en merchandise machine die
achter hen draait. Hoe ver zouden jullie gaan in marketing en merchandising?
Johnny: Wel, als ons dat even succesvol zou maken als hen, dan zouden we daar
geen probleem mee hebben alleszins, je moet het toch maar doen, uitgroeien tot
een topgroep met al die eigen producten.
Ashladan: Eh Johnny,
ik had je stem nog nooit gehoord, maar nu ik je hoor praten, lijkt jouw stem
wel behoorlijk wat op die van Paul Stanley.
Johnny (lachend): Ja, best mogelijk, we zijn allebei New Yorkers en het
timbre is gelijkend. Maar ik heb zijn vrouwelijke kantje toch niet.
Ashladan: Ja, dat
vrouwelijke kantje is er bij Paul Stanley zeker wel. Ik heb daar al
spotcartoons over gezien hier.
Johnny: Niet alleen hier hoor, de hele wereld lacht er mee.
Ashladan: Kenny, over
jouw stem lees ik commentaren dat ze wel wat weg heeft van Chris Cornell van
Soundgarden. Een compliment?
Kenny: Dat is zeker een compliment, wie wil daar niet mee vergeleken
worden? Aan de andere kant heb ik ook al gehoord dat ik vergeleken word met
wijlen Bon Scott.
Ashladan: Laat me nog
een andere vergelijking maken. Jullie speelden daarnet The End of all Time, dat
ook op de cd staat. Zowel live als op de cd hoor ik daar enerzijds flink wat
Black Sabbath met Ozzy in hun jonge jaren, maar anderzijds ook de recente Alice
In Chains. Akkoord daarmee?
Matt was tot nu toe de hele tijd een hele aandachtige toeschouwer maar
mengt zich nu voor het eerst echt in het gesprek, terwijl de anderen instemmend
knikken: Klopt ook. Die Alice In Chains vergelijking maak je op basis van de
“close harmonies”, da’s waar.
Ashladan: Nog andere
stijlen of groepen die jullie hebben beïnvloed?
Kenny en Johnny: Ja natuurlijk. We hadden het net over Bon Scott: AC/DC
dus. En Led Zeppelin natuurlijk. Dat zijn niet zomaar invloeden, dat zijn bands
waar je op een of andere manier “addicted” aan bent.
Ashladan: Ok, met de
vroege AC/DC en Led Zeppelin zit je wel met groepen die een behoorlijk bluesy
geluid produceren. Zouden jullie dan ook niet wat blues in het geluid steken?
Het viertal kijkt me verbijsterd aan: Wat bedoel je? Onze muziek zit vol
blues!!
Mijn beurt om verbijsterd te kijken. Ik slik de woorden in dat ik eigenlijk geen blues heb gehoord, maar pas mijn woorden aan.
Ashladan: Oh, hoe
bedoel je dat? In de sound of eerder technisch-muzikaal gesproken?
Matt: Technisch gesproken vooral.
Veiligheidshalve boor ik een volgend onderwerp aan.
Ashladan: Kenny, ik
dacht dat je superhees zou zijn na een show. Je schreeuwt zo hard?
Kenny: Ik voel het wel hoor, zeker nu ik aan de antibiotica zit voor mijn
luchtwegen.
Johnny vult aan: Maar eigenlijk is Hank de grootste lawaaimaker, die kan
ontzettend hard schreeuwen.
Ik wend me even tot Hank Hell. Die stond tijdens het optreden de hele tijd gezichten te trekken waar Jim Carrey jaloers op zou zijn.
Ashladan: Hank, je
hebt een ontzettende mimiek. Maar met jouw looks en podium présence vind ik dat
je perfect zou passen bij een groep als Volbeat.
Hank toont een veelbetekenende grijns terwijl de anderen in een bulderlach
schieten. Duidelijk ergens een inside joke maar Johnny maakt duidelijk dat ik
er wel bal op zit.
Ashladan: Dus jullie
kennen allemaal Volbeat?
Johnny: Nou, kennen is veel gezegd. Ik weet van hun bestaan af, maar ben
niet echt goed bekend met hun werk.
Ondertussen is dit interview al een tijd bezig, en moeten er nog anderen aan de beurt komen. Kenny wil gerust nog een eind verder babbelen, maar ik ga toch over naar mijn laatste vraag.
Ashladan: Misschien
een ietwat rare vraag, maar hier in België groeit het besef dat
gehoorbeschadiging snel kan optreden bij te luide fuiven of optredens. Zelfs
bij openlucht concerten zie je tegenwoordig vaak dat de jongere generatie met
oordopjes loopt. En er worden zelfs
feesten stilgelegd of uitbaters gestraft als het er te luid aan toe gaat volgens controleurs.
Vinden jullie dat het luid moet?
Ze kijken verbaasd.
Kenny: Meen je dat dat zulke dingen gebeuren? Installaties die worden verzegeld en zo?
Ik knik bevestigend.
Matt: Raad eens hoeveel decibel je nodig hebt om echt het rock ‘n’ roll gevoel te hebben, om het echt te voelen in je lijf? Rock is niet alleen horen, je moet het met je hele lijf meemaken.
Omdat ik niet echt er een idee van heb, doe ik een voorzichtige gok.
Ashladan: 97 decibel?
Matt: Fout. 150!
Ik kijk ongelovig.
Ashladan: 150? Da’s
verdorie luider dan een jet die opstijgt???
Kenny komt tussen: Wat vond jij luid?
Ashladan: Vandaag
vond ik het zeker niet te luid. Maar ik heb bv ooit Tool gezien in zaal, en je
voelde die zware drums heel hard in je hartstreek daveren. Dat was op het
randje.
Kenny: Ja, Tool die spelen luid. Maar het luidste wat ik ooit heb
meegemaakt, was Accept!
Ondertussen is het echt tijd om het interview af te sluiten. De hele groep gaat bijzonder gewillig op de foto, en we nemen vriendelijk afscheid.
De volgende interviewers mogen een minuutje of tien later ook binnen. Naar verluidt gebeurde een en ander toen in “andere” of “hogere” sferen.
- login of registreer om te reageren
Reacties
Goed interview, maar dat
Goed interview, maar dat geluids volume! 150 Db is ontverandwoord!